Taalmaatjes Edith en Manisha

Manisha Singh (40) woont in Diemen en krijgt taalles van vrijwilliger Edith Janssen (56). Het klikt vanaf het begin tussen de twee. Ze werken in de les aan spelling en grammatica en praten zoveel mogelijk Nederlands. Manisha is volgens Edith het afgelopen jaar ontzettend goed vooruit gegaan.

Vrijwilliger

Vrijwilligster Edith Janssen. Manisha wilde wel haar verhaal vertellen, maar liever niet op de foto
Foto: Lege Fles Film & Fotografie

Manisha woont inmiddels 12 jaar in Nederland, maar ze spreekt de taal niet veel. Af en toe een praatje op het schoolplein of in de winkel en met de ouderen op haar werk. Ze heeft bijna geen Nederlandse vrienden dus dat maakt het lastig om veel met de taal bezig te zijn. Haar twee kinderen spreken wel goed Nederlands. Die praten thuis Nederlands met elkaar, maar Manisha kan niet alles verstaan. Soms geeft ze antwoord in het Punjabi. Ze vindt het namelijk moeilijk om in het Nederlands antwoord te geven. Soms helpt haar zoon van negen met zijn huiswerk, daar leert ze veel van. Daarnaast is voor haar een makkelijke manier om met de taal te oefenen. Het moeilijkst voor haar blijft het maken van zinnen. De woorden in de juiste volgorde plaatsen vindt ze heel lastig.

Gelukkig is Edith er om haar te helpen. Zij geeft taalles in het Huis van de Buurt ’t Kruidvat. Edith let erop dat Manisha goed te verstaan is. Samen praten ze vaak over iets dat ze in de krant hebben gelezen. En ze praten over de Nederlandse cultuur. Zo oefent Manisha heel veel met praten in de les en daardoor gaat ze goed vooruit. Voor huiswerk heeft ze geen tijd, daar is ze te druk voor. Manisha werkt namelijk in de thuiszorg met oudere mensen. Zij kunnen haar goed begrijpen, maar het moet niet te snel gaan want dan kan ze het niet volgen. Door veel te oefenen met Edith heeft Manisha ook meer lef gekregen. “Eerst was ik bang om fouten te maken. Nu niet meer, ik ben zelfs niet meer nerveus als ik iets moet zeggen.”

Edith: “Als ik zie of hoor dat Manisha iets moeilijk vindt, dan oefenen we nog wat extra.”

Edith en Manisha kunnen het goed met elkaar vinden. Laatst zijn ze samen een stukje gaan fietsen naar winkelcentrum De Amsterdamse Poort. Dat was een hele overwinning. Manisha was namelijk heel lang bang om te fietsen. Nu ze kan fietsen is ze zelfverzekerder geworden en weet ze dat ze alles kan, als ze het maar wil. Ook als het gaat om het goed leren spreken van de taal. “Ik weet dat ik het kan!,” zegt ze vrolijk. Ze heeft mooie plannen voor de toekomst. “Ik ga misschien wel Staatsexamen Nederlands doen. Of een opleiding voor verzorgende volgen, want ik hou van leren.” 

Edith ziet dat Manisha vooruit is gegaan. “Als ik zie of hoor dat Manisha iets moeilijk vindt, dan oefenen we nog wat extra.” Edith wil Manisha niet steeds op haar fouten wijzen. Ze zegt vaak wat wel goed gaat. Edith vindt het lesgeven erg leuk. Soms is het ook wel lastig, bijvoorbeeld als ze uitdrukkingen en gezegden oefenen. ‘Het hangt ervan af’, is er zo één. “Dat is bijna niet te vertalen en dan moeten wij allebei heel erg lachen.”
Edith en Manisha werken iedere week samen. Niet alleen aan de taal, maar ook aan hun onderlinge band. Het volgende uitje wordt alweer gepland: samen op de fiets naar de Maxis en ondertussen lekker Nederlands kletsen.

Het taalmaatjesproject is ook voor mensen die geboren zijn in Nederland maar soms moeite hebben met het lezen van ingewikkelde brieven.
Wilt u iemand helpen met de Nederlandse taal of wilt u oefenen met de Nederlandse taal? Dan kunt u zich aanmelden bij Daniëlle Hendriks, coördinator van het Leef en Leerpunt. U kunt contact opnemen per e-mail of telefonisch (06) 507 164 04.