Herdenking 4 mei 2021 Diemen (toespraak burgemeester Erik Boog)

Het is vrijdagmiddag 2 oktober 1942. 

Levie de Lange staat klaar om naar huis te gaan. Levie is één van de Joodse dwangarbeiders in het werkkamp naast het Merwedekanaal.
Vroeger was op deze plek in het grensgebied van Diemen en Muiden het ontspanningsoord Betlem te vinden. Nu zijn er ruim 300 Joden door de Duitsers gedwongen te werk gesteld.

Het loopt die vrijdag tegen vijven. Iedereen wil naar huis.
Levie de Lange ziet een collega nog een slokje uit de blikken veldfles nemen voordat hij naar huis wil fietsen. 

Anderen staan klaar om aan de wandeling door Diemen te beginnen, via de Muiderstraatweg naar het eindpunt van tramlijn 9.
Maar vandaag gaan zij niet terug naar huis.

Aan weerszijden van de dijk duiken mannen met helmen en geweren op. 
In alle stilte is de deportatie van duizenden Joodse arbeiders uit de werkkampen in heel Nederland voorbereid.

De Joodse dwangarbeiders van Betlem worden volkomen overrompeld. Er valt niet aan te ontkomen. Levie de Lange en zijn collega’s worden omsingeld.
Eén man probeert te ontsnappen, hij springt met kleren aan in het koude water van de sloot die het werkkamp van de dijkweg scheidt. Hij moet letterlijk zijn hoofd boven water houden en wordt opgemerkt en uit het water gehaald.

Alle Joodse mannen worden op de dijk gezet. In rijen van vijf, waarna hun namen worden afgeroepen.
De controle is pünktlich. Daarna wordt iedereen met barse bevelen gedwongen op de boot te gaan. Voor en achter staat een SS’er. Onderweg wordt niet gesproken, de mannen zijn compleet verslagen.

De boot meert aan, aan de Amstel. Net na Carré moeten de mannen van de boot, in looppas naar het stationsemplacement aan de Polderweg in Amsterdam-Oost. 
Daar worden ze met nog duizenden andere Joodse mannen ingesloten.

Ondertussen worden hun vrouwen en kinderen met overvalwagens uit hun huizen gehaald. Op het verzamelterrein bij het Muiderpoortstation wordt iedereen bij elkaar gebracht. Ook Levie ziet zijn vrouw en 14 van zijn kinderen. Eén zoon ontbreekt.
Iedereen wordt op de trein gezet. In eerste instantie naar Westerbork. Maar al snel naar een vernietigingskamp in Polen.

Op 15 oktober komen ze aan in Auschwitz. Levie wordt geselecteerd om te werken en gescheiden van de rest van zijn gezin. 
Zijn vrouw en 14 kinderen worden dezelfde dag in Auschwitz-Birkenau vergast. De jongsten, een tweeling, zijn acht maanden oud als ze worden vermoord; de oudste is bijna twintig. 

Dan komt de bevrijding. Alleen Levie heeft de oorlog en de kampen overleefd. 
Zijn hoop dat zijn zoon Israël er nog zou zijn, hield hem bij alle verschrikkingen op de been. 

Maar na de oorlog bleek ook Israël vermoord te zijn. In Sobibor.
Van alle ruim 300 uit het werkkamp Betlem gedeporteerde Joodse dwangarbeiders is Levie de Lange één van de twee overlevenden. Alle anderen zijn vermoord.

Levie de Lange zette zijn indringende levensverhaal later op papier, hij sterft in 1974 op 69-jarige leeftijd. 

We leven nu 76 jaar na de bevrijding. 
De verhalen over de Tweede Wereldoorlog moeten verteld blijven worden.

Over de gruwelijkheden. Over het leven in een dictatuur. Over hoe het is om niet in vrijheid te kunnen leven.
Daarom geven we de herinnering aan onvrijheid door, alsof de oorlog gisteren was. 

Daarom blijven wij herdenken. Dit jaar, volgend jaar en alle jaren daarna.
Vorig jaar stonden we stil bij 75 jaar vrijheid. 

We herdachten het einde van de Tweede Wereldoorlog en vierden dat we sindsdien weer in vrijheid leven. Nu het stof van dit in alle opzichten ongewone jubileumjaar is neergedwarreld, maken we pas op de plaats. 
Het jaarthema van 2021 is dan ook: ´Na 75 jaar vrijheid’. We maken de balans op. Waar staan we nu? Hoe vrij zijn we in 2021? 

Geen eenvoudige vraag. Zeker in een jaar waarin we nog steeds drastisch beperkt worden in onze vrijheden.
Beperkingen die omwille van de volksgezondheid van overheidswege worden opgelegd. Zodat we niet alles kunnen doen wat we willen, we niet kunnen gaan of staan waar we willen. Met wie we willen.

Deze crisis doet een sterk beroep op ons uithoudingsvermogen. Er is psychische en sociaal-economische nood. 
Maar we weten ook: het vergelijk met de Tweede Wereldoorlog gaat op de meeste punten mank. Een ongenuanceerd vergelijk relativeert, nee bagatelliseert, de gruwelijkheden van toen. Hoe groot het leed en de gevolgen van deze crisis nu ook zijn.

Een serieus vergelijk laat ons zien dat de fundamenten van onze vrijheid gewoon overeind staan. Zo is de vrijheid van meningsuiting onaangetast. 
We kunnen vrijelijk informatie en meningen uitwisselen.

We kunnen politici bekritiseren.
We kunnen andere oplossingen aandragen.

We hebben daartoe zelfs meer ruimte en mogelijkheden dan ooit. We hoeven er zelfs de deur niet voor uit.
Zolang deze vrijheid van spreken en denken gepaard gaat met een democratisch stelsel, met de principiële gelijkheid van alle burgers én met onafhankelijke rechtspraak, blijven de fundamenten van onze vrije samenleving overeind.

Maar zijn we er dan? Is de vrije samenleving klaar? Zijn er geen dilemma’s meer? Nee, zeker niet. Vrijheid is nooit af.
Zo kan niet iedereen in gelijke mate gebruik maken van onze vrijheden. Dat laat ook de coronacrisis zien. De ongelijkheid in de samenleving neemt toe.

Verschillen zullen er altijd blijven, maar voor een vrije samenleving is het hebben van gelijke kansen voor alle mensen één van de belangrijkste pijlers. Daar ligt dus een belangrijke opgave.
En waar liggen de grenzen van vrijheid? 

Mag je alles zeggen of moet je rekening houden met anderen? Hoe kan je van persoonlijke vrijheid genieten, maar wel oog hebben voor het collectief belang? En wat betekenen die gelijke rechten nu in een diverse samenleving? 
De individuele vrijheid van de ene burger raakt aan de vrijheid van de ander. Daarom is het van belang dat we in een vrije samenleving goede afspraken maken over privacybescherming, dat we blijven spreken over het naast elkaar bestaan van vrije meningsuiting én respectvolle omgang met elkaar. 

We moeten solidair zijn met mensen in zwakkere posities, die soms lichamelijke of andere begrenzingen kennen aan hun leven in vrijheid. We moeten blijven strijden tegen discriminatie en uitsluiting.
Vrijheid is dus nooit af. Vrijheid is werk in uitvoering. Vrijheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. 

Vandaag eren wij diegenen die de vrijheid niet meer hebben kunnen meemaken.
Vandaag brengen wij een ode aan diegenen aan wie wij onze vrijheid te danken hebben.
Vandaag denken wij aan Levie de Lange en zijn familie. En realiseren wij ons weer waarom het zo belangrijk is dat wij vrijheid blijven koesteren én beschermen.


(Toespraak burgemeester Erik Boog, Diemen, 4 mei 2021, videoregistratie: www.studiodmn.nl, bronnen: Historische Kring Diemen, Diemens Oorlog, (2015), Levie de Lange, Het verhaal van mijn leven (2011), Daan Rovers, Het fundament van vrijheid (2021), Nationaal Comité 4 en 5 mei en het Sociaal en Cultureel Planbureau, De stand van vrijheid (2020).